Taal & media

Van 'moeder' naar 'zwangere persoon': taal als beleidsinstrument

Overheden en instellingen vervangen woorden als moeder, vrouw en borstvoeding door 'inclusieve' alternatieven. Wie de taal verandert, verandert het debat — en dat gebeurt zelden democratisch.

Van 'moeder' naar 'zwangere persoon': taal als beleidsinstrument

Wat er verandert

In richtlijnen van overheden, zorginstellingen en media duiken nieuwe termen op: 'zwangere personen' in plaats van zwangere vrouwen, 'ouder die borstvoeding geeft', 'mensen met een baarmoeder'. De bedoeling klinkt sympathiek: niemand uitsluiten. Maar de optelsom is dat het woord 'vrouw' verdwijnt uit teksten die juist óver vrouwen gaan.

Waarom taal ertoe doet

Taal is niet neutraal. Wie 'vrouw' vervangt door 'persoon met een baarmoeder', accepteert impliciet de stelling dat vrouw-zijn een identiteit is die losstaat van het lichaam — precies het punt waarover het maatschappelijke debat nog volop gaande is. De taalwijziging loopt zo vooruit op een conclusie die nooit democratisch is vastgesteld.

  • Zichtbaarheid: vrouwengezondheid (menstruatie, zwangerschap, overgang, baarmoederhalskanker) vraagt om heldere doelgroepcommunicatie. Vage omschrijvingen bereiken laaggeletterde vrouwen en migrantenvrouwen aantoonbaar slechter.
  • Asymmetrie: opvallend genoeg verdwijnt 'vrouw' sneller dan 'man' — prostaatkankercampagnes blijven gewoon 'mannen' aanspreken.
  • Chilling effect: wie de nieuwe termen niet overneemt, riskeert het verwijt van onwelwillendheid. Zo verschuift een open debat naar taalpolitie.

Voorbeelden uit de praktijk

Het beroemdste voorbeeld is de cover van het medische tijdschrift The Lancet uit 2021, dat vrouwen aanduidde als 'bodies with vaginas' — en na een storm van kritiek, ook van artsen en feministes, door het stof moest. Dichter bij huis verschenen Nederlandse zorgfolders over 'personen die menstrueren' en overheidsteksten waarin 'geboortegevende ouder' de moeder verving. Kenmerkend is steeds hetzelfde patroon: de wijziging wordt stilletjes doorgevoerd, roept dan verontwaardiging op bij precies de doelgroep die bediend moest worden, en wordt vervolgens deels teruggedraaid — zonder dat iemand verantwoordelijkheid neemt voor de oorspronkelijke keuze.

Wie beslist hier eigenlijk over?

Taalrichtlijnen worden opgesteld door communicatieafdelingen en belangenorganisaties, zonder parlementair debat of publieke raadpleging. Toch vormen ze de facto beleid: ze bepalen hoe de overheid haar burgers aanspreekt. Een pluriforme samenleving mag verwachten dat zulke keuzes transparant worden gemaakt en dat gewone woorden — moeder, vrouw, meisje — niet stilzwijgend worden afgeschaft.

Onze positie

Respectvolle omgang met iedereen, inclusief transgender personen, kan prima samengaan met precieze taal. 'Vrouwen en transmannen die zwanger zijn' is accuraat en sluit niemand uit. Het schrappen van 'vrouw' doet dat wél — voor de helft van de bevolking. Instellingen die hun taal willen moderniseren, zouden dat in de openbaarheid moeten doen: leg voor aan wie het aangaat, weeg de gevolgen voor begrijpelijkheid en zichtbaarheid, en kies dan pas. Taal van iedereen verander je niet per memo.