22 april 2026
Kamer wil genderneutrale wc's — terwijl niemand erom vraagt
De Tweede Kamer wil genderneutrale toiletten in het eigen gebouw, als signaal van 'diversiteit en inclusie'. Uit peilingen blijkt intussen dat 64 procent van de Nederlanders er niets in ziet en zes op de tien scholieren er liever geen hebben. Een schoolvoorbeeld van beleid als propaganda: het signaal telt, de gebruiker niet.

Het voorbeeld: wc's als 'belangrijk element van diversiteit'
In april 2026 werd bekend dat de Tweede Kamer genderneutrale toiletten wil invoeren in het eigen gebouw. De motivering, opgetekend door De Telegraaf: 'diversiteit en inclusie' zijn 'belangrijke elementen' van de organisatie. Niet hygiëne, niet capaciteit, niet een concreet probleem van Kamerbewoners — maar een signaalfunctie. Het toilet als beleidsverklaring.
Wat de gebruikers er zelf van vinden
Het opmerkelijke aan dit soort besluiten is dat de mensen om wie het zogenaamd gaat, er niet om vragen — en de mensen die ermee moeten leven, er niet op zitten te wachten:
- Uit een peiling van mei 2026 blijkt dat 64 procent van de Nederlanders geen genderneutrale toiletten wil.
- NRC berichtte in maart 2026 dat zes op de tien Nederlandse scholieren liever geen genderneutrale wc op school hebben — met meisjes die aangeven zich er onveiliger of ongemakkelijker te voelen.
- Waar gemengde toiletten zijn ingevoerd, op scholen en in theaters, klinken vooral praktische klachten: langere rijen voor vrouwen, minder privacy, meer ongemak.
Waarom dit propaganda is en geen beleid
Beleid begint normaal bij een probleem: er is iets stuk, en de overheid repareert het. Hier is de volgorde omgekeerd. Er is een ideologisch uitgangspunt — sekseonderscheid is achterhaald en moet uit de publieke ruimte — en dat uitgangspunt zoekt toepassingen. Het toilet is daarvoor het perfecte canvas: zichtbaar, dagelijks, symbolisch. Dat de feitelijke gebruikers er in meerderheid niets in zien, doet er in die logica niet toe; hun bezwaren gelden als iets wat 'weggenomen' moet worden met voorlichting, niet als input.
Let ook op het taalgebruik. Wie tegen is, is tegen 'inclusie' — en wie wil er nu exclusief zijn? Zo wordt een praktische inrichtingsvraag (hoe organiseer je sanitair voor iedereen prettig?) omgekat naar een morele lakmoesproef. Dat is het propagandamechanisme in het klein: de framing beslist het debat voordat het gevoerd is.
Wat er werkelijk speelt bij vrouwen en meisjes
De bezwaren zijn niet denkbeeldig. Vrouwen en meisjes noemen in onderzoeken consequent dezelfde punten: minder gevoel van veiligheid, ongemak bij menstruatie, en het verlies van een van de weinige seksegescheiden ruimtes in het publieke domein. Voor meisjes op middelbare scholen — de groep die er dagelijks mee te maken krijgt — is dat geen abstractie. Dat juist hun voorkeur (zes op de tien tegen) wordt weggewuifd in naam van inclusie, laat zien wiens comfort in dit debat kennelijk onderhandelbaar is.
De simpele oplossing die niemand mag noemen
Het wrange is dat er een oplossing bestaat waar vrijwel iedereen mee kan leven: behoud gescheiden dames- en herentoiletten en voeg waar nodig een individuele, afsluitbare ruimte toe die voor iedereen toegankelijk is. Iedereen geholpen — vrouwen, mannen, en wie zich bij geen van beide thuis voelt. Maar die oplossing levert geen signaal op, en om het signaal is het te doen. Zo verraadt het besluit zijn eigen aard: het gaat niet over toiletten, het gaat over het uitdragen van een wereldbeeld met publiek geld en publieke ruimte.
Conclusie
Een parlement dat tegen de uitdrukkelijke voorkeur van tweederde van de bevolking in 'een signaal afgeeft' via het sanitair, bedrijft geen volksvertegenwoordiging maar opvoeding. De burger vroeg er niet om, de scholier wil het niet, en het probleem dat wordt opgelost bestaat vooral op papier. Dat is genderpropaganda in optima forma: beleid als boodschap, met de gebruiker als decor.