15 september 2026
Geen 'juf' of 'meester' meer: Zoersel voert genderneutrale aanspreekvorm in voor kleuters
Een Vlaamse gemeenteschool verbiedt kleuters om een non-binaire leerkracht met 'juf' of 'meester' aan te spreken en verwijst naar antidiscriminatiewetgeving. Die wet verplicht dat beleid niet — de school maakt een ideologische keuze en verpakt die als wettelijke noodzaak, opgelegd aan kinderen die geen stem in de zaak hadden.

Het voorbeeld: geen "juf", geen "meester", alleen een voornaam
Op de gemeentelijke basisschool Beuk & Noot in het Vlaamse Zoersel begon dit schooljaar een non-binaire kleuterleerkracht. De directie besloot dat deze leerkracht niet met "juf" of "meester" mag worden aangesproken, maar uitsluitend bij de voornaam. Ouders van de klas kregen daarover vooraf een mededeling, met het verzoek hun kind dienovereenkomstig te instrueren.
De school onderbouwt de keuze met een beroep op wetgeving: "Gender mag daarbij geen rol spelen, zo volgt uit de antidiscriminatiewetgeving", aldus de directie tegenover VRT NWS. Schepen Liesbeth Verstreken (N-VA) bevestigde dat de directie de ouders had geïnformeerd en gevraagd om mee te werken.
Niet iedereen is overtuigd. Vlaams Belang-afdelingsvoorzitter Wouter Bollansée bracht de kwestie naar buiten en noemde het onaanvaardbaar dat "kleuters van 4 à 5 jaar niet meer juf mogen zeggen op een gemeenteschool". Vlaams Belang-ondervoorzitter en parlementslid Britt Huybrechts voegde toe dat kleuters zouden moeten spelen, rennen en leren tellen en lezen — niet fungeren als "micro-ambassadeurs van een gendertheorie die zelfs veel volwassenen niet begrijpen". Pedagoge Eva Dierickx verdedigde de school juist: kinderen worden toch al geconfronteerd met verschillen tussen mensen, en het is de taak van een school hen daar respectvol mee te leren omgaan.
De fileerkant: waarom dit propaganda is
Een individuele wens wordt schoolbeleid voor alle kleuters
Het gaat hier niet om een leerkracht die vraagt zelf op een bepaalde manier aangesproken te worden — dat is een persoonlijke voorkeur waar niemand bezwaar tegen hoeft te hebben. Het gaat om een gemeentelijke school die dat verzoek omzet in een instructie aan alle ouders van een kleuterklas, met als argument dat het niet-naleven ervan discriminatie zou zijn. Dat is een sprong: van "deze persoon heeft een voorkeur" naar "dit is verplicht beleid, gedekt door de wet". Die twee zijn niet hetzelfde, en de school maakt dat onderscheid nergens expliciet.
Het beroep op "antidiscriminatiewetgeving" is opgerekt
Antidiscriminatiewetgeving in België en Nederland verbiedt dat iemand wordt achtergesteld op basis van genderidentiteit. Zij verplicht niemand om een functieaanduiding als "juf" of "meester" — een neutrale beroepsaanduiding, geen belediging — categorisch te schrappen voor kleuters van vier en vijf jaar. Door het eigen beleid te presenteren als een rechtstreeks gevolg van de wet, ontneemt de school ouders het argument dat hier eigenlijk een keuze is gemaakt, geen wettelijke plicht. Wie tegen het beleid ingaat, staat zo meteen te boek als iemand die de wet overtreedt, in plaats van iemand met een andere, evengoed legitieme opvatting.
Vierjarigen worden drager van een debat dat voor volwassenen is
"Juf" en "meester" zijn voor kleuters geen genderpolitieke termen: het zijn de woorden waarmee zij weten dat er een volwassene voor de klas staat op wie ze kunnen terugvallen. Een school die deze woorden voor een hele klas kleuters afschaft omdat een individuele leerkracht daar ideologische bezwaren tegen heeft, legt een debat over genderidentiteit — dat onder volwassenen zelf nog volop wordt gevoerd — bij kinderen neer die er niets van kunnen overzien. Dat gebeurt bovendien zonder dat ouders daar inspraak in kregen: zij werden geïnformeerd, niet geraadpleegd.
De pedagogische onderbouwing ontbreekt
Pedagoge Dierickx wijst terecht op het belang van respectvol omgaan met verschillen. Maar daarmee is nog niet aangetoond dat het schrappen van "juf" en "meester" bij vierjarigen pedagogisch zinvol is, laat staan noodzakelijk. Er wordt geen onderzoek aangehaald dat onderbouwt dat kleuters gebaat zijn bij het loslaten van deze aanspreekvormen, of dat zij schade ondervinden van het gebruik ervan. De redenering blijft aannemelijkheid, geen bewijs — en dat is precies het patroon dat op deze site telkens terugkeert: een instelling presenteert een ideologisch gemotiveerde keuze als een vanzelfsprekende, wetenschappelijk of juridisch gedekte noodzaak.
Wat hier wel en niet ter discussie staat
- Niet ter discussie: het recht van de leerkracht zelf om te bepalen hoe die aangesproken wil worden, in persoonlijke interactie met collega's en ouders.
- Wel ter discussie: of een gemeentelijke school dat mag opleggen aan alle kleuters van een klas, onder verwijzing naar een wet die dat niet voorschrijft.
- Wel ter discussie: of het instellingsbelang (geen ophef, geen klachten) hier verward wordt met een wettelijke verplichting.
Dit stuk richt zich niet tegen de leerkracht als persoon — diens identiteit en manier van leven zijn niet het onderwerp. Het gaat om de manier waarop een publieke instelling een individuele wens omzet in verplicht beleid voor kinderen die te jong zijn om daarover mee te kunnen denken, en dat beleid vervolgens verpakt als een kwestie van wet in plaats van keuze.

Mark Visser
Redactie
Veelgestelde vragen
Verplicht de antidiscriminatiewetgeving scholen om 'juf' of 'meester' te schrappen?
Nee. De wetgeving verbiedt achterstelling op basis van genderidentiteit, maar schrijft niet voor dat neutrale functieaanduidingen als 'juf' of 'meester' worden afgeschaft. De school in Zoersel presenteert een eigen beleidskeuze als een wettelijke plicht.
Geldt het beleid alleen voor deze ene leerkracht?
Nee, het geldt voor de hele kleuterklas: alle kinderen kregen de instructie om de leerkracht alleen bij de voornaam aan te spreken, als beleid van de directie, niet als losse afspraak tussen leerkracht en individuele kinderen.
Wat is precies bekritiseerd aan deze aanpak?
Niet de wens van de leerkracht zelf, maar dat een gemeentelijke school die individuele wens omzet in verplicht beleid voor kleuters van vier en vijf jaar, zonder ouderraadpleging en onder een onterecht beroep op de wet.
Bronnen
— VRT NWS