Factcheck

„Genderidentiteit is aangeboren en wetenschappelijk aangetoond”

Oordeel:

Ongefundeerd

Volgens de Cass Review is er geen duidelijk bewijs voor een eenvoudige biologische oorzaak van genderincongruentie. Hersenstudies laten geen eenduidig beeld zien en kunnen oorzaak en gevolg niet onderscheiden. Dat genderidentiteit aangeboren is, is daarmee geen vastgesteld wetenschappelijk feit.

De claim

De bewering luidt dat ieder mens een aangeboren genderidentiteit heeft — een innerlijk weten dat men man, vrouw of iets anders is — en dat de wetenschap dit heeft aangetoond, bijvoorbeeld via hersenonderzoek. De claim doet veel werk: als genderidentiteit aangeboren en onveranderlijk is, ligt medische aanpassing van het lichaam voor de hand en is elke andere benadering verdacht. De Cass Review merkt op dat het zoeken naar een biologische oorzaak voor sommige clinici de rechtvaardiging van medische behandeling versterkt (bron).

Wat laat het onderzoek zien?

  • Geen eenduidige biologische oorzaak. Volgens de Cass Review is er geen duidelijk bewijs voor een eenvoudige biologische oorzaak van genderincongruentie; wel is het mogelijk dat sommige mensen een biologische aanleg hebben die de kans erop vergroot. Ook voor de rol van afwijkende hormoonspiegels vóór de geboorte of in de puberteit is er, behalve bij mensen met een aandoening van de geslachtsontwikkeling (DSD), geen duidelijk bewijs (bron).
  • Hersenstudies zijn niet eenduidig. Sommige studies vinden dat de hersenen van transvrouwen in de grootte van bepaalde structuren overeenkomsten vertonen met die van vrouwen. Volgens de Cass Review overlappen mannelijke en vrouwelijke hersenen echter zo sterk dat niet is vast te stellen of een brein mannelijk of vrouwelijk is. De meeste studies zijn klein en niet betrouwbaar herhaald, onderzochten de hersenen pas na behandeling met hormonen, en gevonden verschillen kunnen samenhangen met seksuele oriëntatie in plaats van met genderidentiteit. Omdat hersenen veranderen door ervaring, kunnen verschillen bovendien een gevolg van een transgenderidentiteit zijn in plaats van de oorzaak. Tot nu toe heeft hersenonderzoek geen veranderingen betrouwbaar aangetoond die direct met genderincongruentie samenhangen (bron).
  • Tweelingonderzoek. In een overzicht van gepubliceerde casussen hadden bij 9 van de 23 eeneiige tweelingen (39,1 procent) beide helften een genderidentiteitsstoornis; de onderzoekers zien daarin een aanwijzing voor een rol van erfelijke factoren (bron). Een groot Zweeds registeronderzoek over 2001-2016 vond daarentegen geen enkel paar tweelingen van hetzelfde geslacht waarvan beiden genderdysforie hadden; volgens de onderzoekers lijken vooral omgevingsinvloeden tijdens de zwangerschap bij te dragen (bron). De Cass Review leest in dit onderzoek geen bewijs voor genetische invloed (bron).
  • Desistentie. Volgens de Cass Review wijst het huidige onderzoek erop dat genderincongruentie bij kinderen die zich er op jonge leeftijd mee melden meestal vóór de puberteit verdwijnt; bij een klein deel houdt ze aan (bron). Dat past slecht bij een onveranderlijke, aangeboren identiteit.
  • Sociale dynamiek. Het aantal verwijzingen naar genderklinieken steeg in het Verenigd Koninkrijk sterk vanaf 2014, met een vergelijkbare timing in verschillende andere landen; in Nederland begon de stijging al in 2001. In meerdere landen verschoof de verhouding naar een meerderheid van jongeren die bij de geboorte als meisje zijn geregistreerd. Omdat biologische factoren de afgelopen tien jaar niet zijn veranderd, moet volgens de Cass Review naar andere verklaringen worden gekeken voor die stijging en voor de oververtegenwoordiging van meisjes. Grotere maatschappelijke acceptatie verklaart volgens de review een deel van de toename, maar niet het geheel (bron).

Waarom het onderscheid ertoe doet

Tussen 'aangeboren en onveranderlijk' en 'aangepraat' ligt een heel spectrum. Volgens de Cass Review is er brede overeenstemming dat genderincongruentie voortkomt uit een complexe wisselwerking van biologische, psychologische en sociale factoren. Die verschilt per persoon: bij de een spelen één of twee factoren, bij de ander een hele reeks, zoals biologische aanleg, neurodiversiteit, ingrijpende jeugdervaringen, psychische kwetsbaarheid, de puberteit en invloeden van leeftijdgenoten en internet. Simpele verklaringen van beide kanten ('alle transpersonen zijn zo geboren' of 'het is allemaal sociale besmetting') doen volgens de review geen recht aan die verscheidenheid (bron). Daarom beveelt de Cass Review aan dat jongeren die naar een genderkliniek worden verwezen een brede beoordeling van hun behoeften krijgen, met screening op ontwikkelingsstoornissen zoals autisme en een beoordeling van hun psychische gezondheid (bron). Wie 'aangeboren' als vaststaand feit doceert — in de klas, in de spreekkamer, in beleid — loopt voor de wetenschap uit en sluit behandelroutes af voordat ze zijn onderzocht.

Conclusie

Dat sommige mensen een diepgevoeld en aanhoudend onbehagen bij hun geslacht ervaren, staat vast. Maar de stelling dat iédereen een aangeboren genderidentiteit heeft die wetenschappelijk is aangetoond, is niet onderbouwd. Ongefundeerd.