Politiek

9 oktober 2026

Factcheck: vijf beweringen rond de regenboogvlag op de Tweede Kamer

Rond het besluit om de regenboogvlag bij de Tweede Kamer te hijsen, gingen vijf beweringen rond. We leggen ze naast de motie, het stenogram en de berichtgeving van NOS en RTL Nieuws. Twee kloppen, één is half waar en twee zijn meningen in de vorm van een feit.

Factcheck: vijf beweringen rond de regenboogvlag op de Tweede Kamer

Op zondag 11 oktober 2026 hangt de regenboogvlag bij de Tweede Kamer. In de dagen daarvoor werd er veel over gezegd, in de Kamer, in de media en daarbuiten. Niet alles daarvan was een feit. We zetten vijf beweringen naast de bronnen: de motie zelf, het stenogram van de stemming en de berichtgeving van NOS en RTL Nieuws.

1. ‘Het is voor het eerst dat de regenboogvlag bij de Tweede Kamer hangt’

Oordeel: klopt. De NOS meldt dat het de eerste keer is dat deze vlag bij het Kamergebouw te zien zal zijn. Bij ministeries is dat anders. Volgens RTL Nieuws is de vlag rond Coming-Outdag gehesen bij de ministeries van Economische Zaken en Landbouw, hangt hij bij Volksgezondheid en Sociale Zaken in de hal en hijst het ministerie van Onderwijs de Progress-vlag.

2. ‘De SGP hield de regenboogvlag tegen’

Oordeel: half waar. De kop van RTL Nieuws luidde ‘Geen regenboogvlag op Tweede Kamer na verzet van SGP’. Het presidium trok zijn besluit inderdaad in nadat de SGP bezwaar had gemaakt. Maar het bezwaar was dat een vlag boven het parlement een besluit van het parlement vereist, en Kamervoorzitter Van Campen bevestigde die regel tegenover RTL Nieuws: ‘Zoals gebruikelijk geldt dat een meerderheid van de Tweede Kamer zich moet uitspreken voor het hijsen van een andere vlag dan de Nederlandse boven het Kamergebouw.’ De SGP hield dus geen vlag tegen, maar een besluit dat volgens de eigen regels van de Kamer niet door het presidium genomen kon worden. De SGP was daarnaast ook inhoudelijk tegen en stemde tegen de motie.

3. ‘De Tweede Kamer moet opkomen voor de rechten van de wereldwijde LHBTI-beweging’

Oordeel: een mening, geen feit. Dit is de eerste zin van de motie, en hij staat er als constatering: ‘constaterende dat de Tweede Kamer op International Coming Out Day moet opkomen voor de rechten van de wereldwijde LHBTI-beweging’. Een constatering hoort een feit vast te stellen. Dat de Kamer iets moet, is een opvatting. Bovendien spreekt de zin van de rechten van een beweging, niet van personen. Welke rechten dat zijn en wat een vlag in Den Haag daaraan bijdraagt, vermeldt de motie niet.

4. ‘De vlag is van belang voor een inclusieve werkomgeving’

Oordeel: niet onderbouwd. De motie overweegt dat het voor de medewerkers van de Kamer van belang is dat er sprake is van een inclusieve werkomgeving. Daar zal niemand het mee oneens zijn. Maar de motie legt geen verband tussen die werkomgeving en de vlag. Er wordt geen onderzoek, geen personeelspeiling en geen klacht aangehaald. Kamervoorzitter Van Campen sprak van ‘goed werkgeverschap’, eveneens zonder nadere onderbouwing. De stap van het uitgangspunt naar de maatregel wordt aangenomen, niet aangetoond.

5. ‘Er hing al eerder een andere vlag dan de Nederlandse’

Oordeel: klopt, met een kanttekening. Zowel de NOS als RTL Nieuws meldt dat eerder de Oekraïense vlag bij de Tweede Kamer is gehesen. Over het moment verschillen de twee: de NOS noemt 24 februari 2024, RTL Nieuws spreekt van 2025 en vermeldt dat een Kamermeerderheid daar via een motie mee had ingestemd. Het precedent bestaat dus, maar het betrof de vlag van een land. De regenboogvlag is de eerste vlag van een maatschappelijke beweging.

Wat niet werd beweerd, maar wel werd gesuggereerd

Wie alleen de koppen las, kon de indruk krijgen dat een stem tegen de vlag een stem tegen lhbti'ers is. De stemverklaringen laten iets anders zien. Het stenogram is nog ongecorrigeerd en mag niet letterlijk worden geciteerd, maar de strekking is duidelijk: de tegenstemmers die het woord voerden, spraken zich uit voor gelijke rechten en voor bescherming tegen discriminatie en geweld, en maakten bezwaar tegen het symbool op een overheidsgebouw. Omgekeerd stemde ChristenUnie-Kamerlid Grinwis vóór, terwijl hij de gang van zaken volgens de NOS ‘treurig en potsierlijk’ noemde. Voor en tegen de vlag viel dus niet samen met voor en tegen de mensen.

Conclusie

De feitelijke beweringen over de vlag kloppen grotendeels. De twee argumenten waarop het besluit rust, zijn geen feiten maar opvattingen, waarvan er één als constatering is geformuleerd. Hoe het besluit procedureel tot stand kwam, staat in de reconstructie op Genderlobby.nl. Een neutraal verslag van de stemming staat op Genderinfo.nl.

Bronnen

— Tweede Kamer, Motie van het lid Piri c.s. over aanstaande zondag de regenboogvlag boven het Kamergebouw hijsen, Kamerstuk 21501-02, nr. 3486, 8 oktober 2026: tweedekamer.nl

— Tweede Kamer, Hoofdelijke stemming over de motie-Piri c.s., ongecorrigeerd stenogram, 8 oktober 2026: tweedekamer.nl

— NOS, ‘Eerst wel, toen niet, nu weer wel: regenboogvlag gaat toch bij Tweede Kamer hangen’, 8 oktober 2026: nos.nl

— RTL Nieuws, ‘Geen regenboogvlag op Tweede Kamer na verzet van SGP’, 8 oktober 2026: rtl.nl

— Beeld: Jan van der Wolf via Pexels.

Mark Visser

Mark Visser

Redactie

Veelgestelde vragen

Hing de regenboogvlag al eerder bij de Tweede Kamer?

Nee. Volgens de NOS is 11 oktober 2026 de eerste keer dat de regenboogvlag bij het Kamergebouw te zien is.

Hield de SGP de regenboogvlag tegen?

Half waar. Het presidium trok het besluit in na een bezwaar van de SGP, maar dat bezwaar betrof de regel dat een Kamermeerderheid moet instemmen met een andere vlag dan de Nederlandse. De Kamervoorzitter bevestigde die regel. Een dag later stemde de Kamer en kwam de vlag er alsnog.

Is aangetoond dat een regenboogvlag de werkomgeving inclusiever maakt?

De motie voert daarvoor geen onderbouwing aan. Ze stelt dat een inclusieve werkomgeving van belang is en verzoekt vervolgens de vlag te hijsen, zonder het verband tussen beide te onderbouwen.