25 september 2026
Homo-acceptatie onder jongeren keldert: werkt het eigen schoolbeleid wel?
Nieuwe HBSC-cijfers laten een scherpe daling zien in de acceptatie van homoseksualiteit onder scholieren. In het vragenuur van de Tweede Kamer kwamen de manosphere, religie en het eigen schoolbeleid aan bod; de staatssecretaris noemde de oorzaak moeilijk te duiden en zegde een verdiepende analyse toe.

De bevinding: acceptatie van homoseksualiteit onder jongens bijna gehalveerd
Het Trimbos-instituut en de Universiteit Utrecht publiceerden op 21 september 2026 nieuwe cijfers uit het HBSC-onderzoek (Health Behaviour in School-aged Children), een nationaal representatief onderzoek onder leerlingen in groep 8 van het regulier basisonderwijs en in het regulier voortgezet onderwijs. Het onderzoek wordt sinds 2001 elke vier jaar uitgevoerd en wordt gefinancierd door het ministerie van VWS (bron). Volgens hoofdonderzoeker Gonneke Stevens, hoogleraar Jongerenwelzijn aan de Universiteit Utrecht, daalde het aandeel jongens in het voortgezet onderwijs met een positieve houding tegenover homoseksualiteit van 40 procent in 2021 naar 22 procent in 2025: bijna een halvering in vier jaar. Bij meisjes in het voortgezet onderwijs daalde het aandeel van 78 naar 51 procent (bron).
Het vragenuur: veel verklaringen, weinig zekerheid
De cijfers kwamen op 22 september 2026 aan de orde in het mondelinge vragenuur van de Tweede Kamer, op vragen van Kamerlid Müller (VVD) aan staatssecretaris Judith Tielen (Onderwijs en Emancipatie, VVD). Müller noemde meerdere mogelijke oorzaken, waaronder een lagere acceptatie onder jongeren met een migratieachtergrond, online algoritmes en religieus-conservatieve gemeenschappen, en vroeg om "een kritische blik op de effectiviteit van de maatregelen". Tielen antwoordde dat de reden van de scherpe daling "moeilijk te duiden" is. Ze wees op de invloed van sociale media en de manosphere, met de toevoeging: "ook religie speelt een rol". Ze zegde een verdiepende analyse toe. Scholen zijn volgens haar "niet de oorzaak en ook niet de enige oplossing" (bron). Kamerleden Hamstra (CDA), Dassen (Volt) en Moorman (PRO) legden in hun vervolgvragen de nadruk op de manosfeer en sociale media.
Schenk over het eigen beleid
Kamerlid Milan Schenk (FVD) richtte zich in zijn vervolgvraag op het overheidsbeleid zelf. Hij wees erop dat er publiek geld gaat naar "dingen als Pride Maand, Paarse Vrijdag, Coming Out Day" en vroeg of de overheid niet "de hand in eigen boezem" moest steken en moest stoppen met beleid dat "mensen reduceert tot slachtoffer van hun eigen veronderstelde identiteit". Zulk beleid draagt volgens hem "zeker niet bij aan de acceptatie" (bron).
Het antwoord van de staatssecretaris: eerst de toon
Tielen reageerde eerst op de toon: "de toon in deze vraagstelling doet precies wat we volgens mij niet willen", namelijk "op een beetje cynisch, laatdunkend maniertje erover praten". Schenk hield vol dat het "een oprechte vraag" was. Scholieren hebben volgens hem niet zozeer moeite met iemands seksuele voorkeur, maar met het verplicht "in een paars shirtje naar school" moeten, en hij vroeg om "een inhoudelijke reactie". Tielen verwees daarop naar het HBSC-rapport, dat volgens haar "met hele neutrale vraagstellingen" tot zijn cijfers komt, en noemde de uitkomst een zorg voor de hele Kamer. Op de vraag of activiteiten als Paarse Vrijdag aan de daling bijdragen, ging zij in dat antwoord niet in (bron).
Wat feitelijk vaststaat en wat niet
- Vaststaand: de positieve houding tegenover homoseksualiteit onder leerlingen in het voortgezet onderwijs daalde sterk tussen 2021 en 2025, blijkens het HBSC-onderzoek van het Trimbos-instituut en de Universiteit Utrecht.
- Vaststaand: scholen moeten aandacht besteden aan seksuele diversiteit. Dat staat sinds 2012 in de kerndoelen en sinds 2021 in de aangescherpte burgerschapsopdracht; hoe ze dat invullen, bepalen scholen grotendeels zelf. Voor een overzicht van wat scholen op dit vlak moeten en mogen, zie het dossier op genderopschool.nl.
- Niet vaststaand: wat de oorzaak van de daling is. De staatssecretaris noemde die moeilijk te duiden en zegde een verdiepende analyse toe voor begin 2027.
- Niet vaststaand: of voorlichting en activiteiten op school de acceptatie vergroten. Tielen noemde GSA's op scholen, het werk van Stichting School & Veiligheid en de Regenboogsteden effectief, maar zei ook dat "al die losse dingen bij elkaar" nog niet de kracht hebben die nodig is. Op welk onderzoek dat oordeel over effectiviteit rust, zei zij in het vragenuur niet (bron).
De kern van de kritiek
Een instelling die verantwoordelijk is voor een beleid, is niet de meest onbevooroordeelde partij om te oordelen over de vraag of dat beleid werkt. In het vragenuur stelden zowel Müller als Schenk die vraag, elk vanuit een eigen invalshoek. De toegezegde verdiepende analyse is de plek om haar serieus te beantwoorden: niet alleen welke factoren buiten de school de daling verklaren, maar ook of de eigen aanpak op school het beoogde effect heeft.
Dit stuk richt zich niet tegen individuele scholieren, leraren of Kamerleden als persoon, en evenmin tegen het bestaansrecht van voorlichting over seksuele diversiteit op school. Het gaat om de vraag of een overheid die eigen beleid financiert en scholen opdrachten geeft, ook bereid is dat beleid zelf kritisch tegen het licht te houden wanneer de uitkomsten tegenvallen.
Bronnen
- Trimbos-instituut en Universiteit Utrecht, 'Acceptatie homoseksualiteit sterk afgenomen onder jongeren in Nederland', nieuwsbericht bij het HBSC-onderzoek, 21 september 2026.
- Tweede Kamer der Staten-Generaal, Plenair verslag, 4e vergadering, 22 september 2026, vragenuur, vragen van het lid Müller.

Mark Visser
Redactie
Veelgestelde vragen
Wat laat het HBSC-onderzoek precies zien?
Het aandeel jongens in het voortgezet onderwijs met een positieve houding tegenover homoseksualiteit daalde van 40 procent in 2021 naar 22 procent in 2025. Bij meisjes in het voortgezet onderwijs daalde dit aandeel van 78 naar 51 procent, blijkens onderzoek van het Trimbos-instituut en de Universiteit Utrecht.
Wat stelde Kamerlid Milan Schenk (FVD) in het vragenuur?
Schenk wees op publiek geld voor onder meer Pride Maand, Paarse Vrijdag en Coming Out Day en vroeg of de overheid de hand in eigen boezem moest steken. Volgens hem draagt beleid dat mensen reduceert tot slachtoffer van hun veronderstelde identiteit niet bij aan acceptatie.
Hoe reageerde staatssecretaris Tielen op Schenk?
Zij reageerde eerst op de toon van zijn vraag. Toen Schenk om een inhoudelijke reactie vroeg, verwees zij naar het HBSC-rapport. Op de vraag of activiteiten als Paarse Vrijdag aan de daling bijdragen, ging zij in dat antwoord niet in.